Mijn verhaal
Je kunt als egel nog zo voorzichtig doen als je 's nachts op pad bent, ooit word je opgemerkt. Ik ook!
Mijn mensenvrienden Frank en José hadden al zo de indruk dat er ’s nachts iets door de achtertuin zwierf, want ze kwamen hier en daar wat uitwerpselen van me tegen… Door op Internet te zoeken, zagen ze dat het een egel moest zijn die de tuin “bevuilde".

Ook lazen zij op Internet dat ik pinda’s erg lekker vind. Ik mag er alleen niet teveel van hebben. Echt maar een paar, omdat ik het zo lekker vind. Dus werden er een twee pinda's in dop voor me neergelegd, op de plek waar ze vermoedden dat ik telkens de tuin in kom (een stukje platgetrapt gaas, slim ben ik hè).
Maar ja, een weggenomen pinda vertelt je niet, wie of wat er van heeft gegeten. Dat kan net zo goed een muis geweest zijn.
Maar is er dan niets dat speciaal voor egels als lekkernij geldt? De oplossing lag in speciaal egelvoer; een mengsel van onder meer noten, rozijnen, honing, insecten, stukjes gedroogd vlees, maïs, garnalen, plantaardige eiwitextracten, oliën en vetten.
Dit hoogwaardige egelvoer is zo samengesteld, dat ik alle benodigde vitaminen en voedingsstoffen binnenkrijg. Een bakje van dit voer is teveel voor een muis om in één keer op te eten. Ook de speciale blikjes met biologische paté van Vivara eet ik erg graag.

En ja hoor, toen ik het bakje schoon leeggegeten had de volgende morgen, waren ze overtuigd: er liep een egel door de tuin ’s nachts.
Nu zijn mijn gastheer en –vrouw Frank en José grote dierenvrienden, dus werd er een heus egelhuis aangeschaft, zodat ik eventueel daar mijn winterslaap kan houden. Ook werd meteen een cameraatje met infrarood gekocht zodat mijn nachtelijke bezoeken konden worden vastgelegd.


Nu ben ik natuurlijk niet helemaal op mijn egel-achterhoofd gevallen: ik loop niet zomaar één of ander bouwwerk binnen dat ineens in een tuin wordt geplant. Maar dat hadden mijn tweepotige lange vrienden ook niet verwacht. De camera werd aan de buitenkant van het gastenverblijf gemonteerd, met uitzicht op het voerbakje. En tata, kijk eens wie daar zeer fotogeniek in beeld komt….
Door de camera aan de andere kant te hangen (gericht op de ingang van het verblijf) werd het bewijs geleverd dat de doppinda’s ingepikt werden door een kleine, maar zeer brutale muis…
Toen wilden ze wel eens weten of ik ook het verblijf ín wilde. De camera werd aan de binnenkant van het verblijf gehangen, met duidelijk zicht op de ingangstunnel. Om mij over te halen vooral toch binnen een kijkje te komen nemen, werd een beetje egelvoer in de tunnel en vlak daarachter gelegd. En die verleiding kon ik uiteraard niet weerstaan!
Je kunt niet kieskeurig genoeg zijn, bij het uitkiezen van een al dan niet tijdelijke woning. Hoe zijn de afmetingen, is het schoon, wat ligt er op de vloer? Dat zijn toch factoren die een aspirant-bewoner moet afwegen, voor hij de sleutel accepteert. Daarom heb ik ook een inspectierondje door het verblijf gemaakt. Ik moet zeggen, het valt niet tegen; ruim opgezet, redelijk schoon (op wat insecten en slakjes na, maar ach, die vreet ik wel op!) en de vloerbedekking is keurig verzorgd: krantensnippers en droge bladeren. Kijk, daar houden wij egeltjes van!
Niets is zo lekker, als tijdens een nachtelijk wandelingetje even uit te rusten op een zacht bed. In het gastenverblijf kan dit prima. Tussendoor een halfuurtje of uurtje pitten en ik kan er weer even tegen.
En zo ging dat op de laatste week bijna iedere nacht. Als de avond viel, ging ik eens kijken of er al egelvoer neergezet was (zo niet kwam ik later nog wel terug). Ik at wat, ging eens in het gastenverblijf kijken, eventueel sliep ik eventjes, en ging dan weer op pad.
Later in de nacht of misschien wel tegen de vroege ochtend (ik heb geen vast schema, en ook geen horloge…) kwam ik nog eens terug, at de rest op, scharrelde binnen en buiten nog wat rond en ging dan naar mijn vaste stekkie om de dag in gepaste rust door te brengen.
Na zo een paar nachtjes te hebben gelogeerd in het gastenverblijf, heb ik mijn spulletjes bij elkaar gepakt en heb van het gastenverblijf mijn vaste slaapplaats gemaakt. Ik slaap nu dus overdag van de vroege dageraad tot de schemer invalt (vanaf een uur of 5 / half 6 ’s ochtends tot een uur of 9 ’s avonds) in het verblijf in de achtertuin. Ik zal het vanaf nu dan ook niet meer het gastenverblijf noemen, maar gewoon “mijn huisje”.
Ik denk er sterk over mijn winterslaap ook gewoon in mijn nieuwe huisje door te gaan brengen. Ik verwacht zo tegen eind november in winterslaap te gaan tot eind april / begin mei 2014, afhankelijk van de temperatuur.
Inmiddels heb ik ontdekt dat ik niet de enige ben, die gebruikt maakt van "mijn" huisje. Er is nog een egel uit de omgeving die -als ik ergens anders vertoef- graag in het huisje slaapt, of even komt uitrusten. Dan kan en mag best, zolang we maar niet tegelijk in het huisje willen want da's een beetje krap. Deze collega-egel is door Frank en José voor het gemak Edgar gedoopt. Hij is te herkennen aan een donkere vlek op zijn rug, die ik niet heb.
Na een ontzettende regenbui in oktober 2013, hebben noch Edgar noch ik de mogelijkheid gehad om nog langer het huisje te bezoeken. (Waarom, zal altijd wel een raadsel blijven...). Geen overwinteraars, dus.
De camera heeft intussen een andere bestemming gekregen: een mezenkast die in het voorjaar vaak gebruikt wordt om een nest groot te brengen.Uitgerekend dit seizoen is het kastje leeg gebleven. :(
Na de winter is er weer stug door gevoerd bij het egelhuisje.
En ja hoor, op donderdag 24 april 2014 heeft één van ons het huisje weer gevonden!
Maar ja, is het Edgar, of ben ik het, of is het misschien een heel ander egeltje ..... ?

Dikke knipoog van ons!

- wordt vervolgd -
